Vliegveld Newark, platform C, ik weet het zeker. B heeft voor mij de goedkoopste route uitgezocht en samen hebben ze me op weg geholpen die ochtend en ik kom prachtig op tijd aan. Maar de beambte, die me alvast buiten zal gaan inchecken, vindt mijn nummer niet. Hij helpt me in de trein naar platform A. Enigszins verdwaasd probeer ik daar mijn weg te vinden tot iemand me naar de lift wijst, naar een andere verdieping. Maar waar de lift me uitzet is de verdieping niet. Nog maar eens proberen. Nu lukt het. Ik sta in een rij maar moet in een andere rij word me verteld maar ik begrijp niet waarom, ik versta hem niet. Als ik eindelijk aan de beurt ben is ook daar mijn nummer niet, ik had toch in de eerste rij gemoeten. En dan wordt me verteld dat ik niet in Newark moet zijn maar La Guarda, helemaal aan de andere kant van de stad. Het is 11.30 en het vliegtuig vertrekt om 1.05. Ik geloof mijn oren niet, maar mijn reisinformatie kreeg ik per email met een weblink en die link doet het hier niet.

Omstandig wordt me uitgelegd dat ik met de shuttle moet en iemand anders adviseert een taxi. We hadden zo’n mooie goedkope route naar Newark uitgestippeld.. en nu moet ik toch nog met de taxi en veel langer ook.

De procedure van de taxi snap ik geen snars van, de taxipolitie versta ik niet en als ik in de taxi zit die weer iets anders vertelt wat ik moet doen, ga ik van wanhoop helemaal schreeuwen. De taxichauffeur heeft genoeg geschreeuw in zijn leven over zich heen gehad en wil me eruit zetten…

$66. Met tol en tip is dat $120. In de stad staat het verkeer nagenoeg stil en ik besluit verder het allemaal maar te nemen zoals het komt. Het is gewoon teveel.

Ik had hier in november zullen zijn, december is een ramp om iets te organiseren. KERST. Daarbij, om in een theater in een stad iets voor elkaar te krijgen is al een hele premiere, laat staan 3 theaters in 3 steden en dan nog al die communities en kerken….en logeeradressen regelen en maar wachten op antwoorden, met 3 koffers en een zware rugzak en inmiddels overal pijn en zonder technikus.

Ik kan dit vliegtuig niet meer in en wacht op een ander.

Op het vliegveld in Atlanta besluit ik achter iemand aan te lopen. Het zijn allemaal treinen waar je in moet voor je bij je bagage bent. Ik voel me vnl overwhelmed. Maar het zijn mijn koffers die van de band afrollen, zover ben ik al. De taxi-aanbieders schud ik van me af en ga naar een vrouw om wat informatie in te winnen hoe ik in Decatur het beste kan komen.

Ze blijkt van de limousine te zijn. Zo ongeveer de duurste optie. Maar ik vind haar leuk en knap van het contact helemaal op en bedenk: ‘ik ben blij dat ik dit betalen kan’. Met alle koffers en al word ik uitgezet voor het theater waar net een feestje gehouden wordt….het is een entree waar ik later nog aan herinnerd zal worden.

De gast van dat weekend is een man met veel humor. Hij kent zowel het sterrendom als het slapen op de couch en wil graag mijn roadie worden. Later kom ik erachter dat hij een producent uit Los Angeles is, die betrokken was bij de ‘Sopranos’ en ‘Six feet under’ etc. Hij is hier om geconculteerd te worden door elke artiest die t.v. ambities heeft.

Bij ons afscheid vertelt hij dat hij me in Los Angeles zal helpen optreden en ik geloof hem.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Atlanta lijkt wel een groot bos met allemaal vakantiehuizen. Ik ben blij dat ik hier wat tijd heb om mijn amerikaanse premiere van beide delen voor te bereiden. Meer dan een uur engels moet er uit mijn mond komen….en hoe het licht en geluidsplan bedoeld wordt vraagt veel uitleg. De omstandigheden in een off broadway theater zijn primitief, dat wist ik al, maar de technikus is ook de regisseur en acteur en decorbouwer en huisvader en gastheer….ik besluit alles maar te nemen hoe het komt en me niet te hechten aan perfectie, oef!  Na een week in de rats zijn de reacties goed, mijn engels is verstaanbaar en ik verveel geen moment. En vooral moeten we dit als investering zien voor als ik terugkom.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dan is het de laatste dag. Ik heb een afspraak met K. Ik zeg dat ze op een piloot lijkt en ze zegt dat ze dat ook is. We brunchen en ze vertelt over haar werk. Ze bestuurt hoogwerkers en helpt graffiti artists en muurschilders om hun schilderingen te verwezelijken. Ze neemt me mee op een sightseeing door Atlanta en ik kijk mijn ogen uit. Langzamerhand kom ik meer over haar te weten. Dat ze ooit bij the army zat en helicopters vloog en brandweer was. Dat ze ooit zo dun was als ik en extreme sporten beoefende, maar dat ze als brandweer geholpen heeft bij de ravage van de twintowers.  Dat er onderzoek is gedaan naar de inmiddels overleden reddingswerkers en hoe ze gaatjes in hun longen vonden (asbest) en dat ze er maar niet teveel over nadenkt hoe het er bij haar uitziet. Maar ze is kortademig en wordt dik. Ze neemt me mee naar de begraafplaats en weet alles van elk graf, hoe de witten er in hun mausoleums liggen en verderop de slaven. Hoe de soldaten uit het noorden broederlijk naast hun zuidelijke vijanden zijn begraven. Uren praat ze over de politiek en de wetten en  ik had nog dagen naar haar willen luisteren.